It’s a disease goddamnit
“En die twee kent ge nog he,” zei hij.
Twee paar ogen staarden mij verwachtingsvol aan, maar het enige wat ik kon doen, was ongemakkelijk lachen. Heel ongemakkelijk.
Het zit namelijk zo: ik herken geen gezichten. Of toch niet nadat ik minstens al drie keer een echt gesprek heb gehad met het gezicht in kwestie.
Vorige week ben ik er nog mee in de problemen gekomen. Eén gesprek en een maand later één keer 6 uur en 26 km wandelen volstaan niet om een gezicht de week erna eindelijk te herkennen. Al helemaal niet als het gezicht nog een zus heeft ook. Die een muts aanheeft die verdacht veel lijkt op de muts van de andere zus de week ervoor. Geef dan maar eens de juiste papieren aan de juiste zus. Problemen, I tellz ya.
Vanmiddag weer dus, toen hij dat zei. Hij weet het nochtans, want ik laat niet na om af en toe te gillen dat het een Officiële Ziekte is.
“Het is een ziekte!” gil ik dan. “Het is een ziekte want het heeft een moeilijke naam, het staat op Tinternet en ze geven er zelfs praktische tips bij om een sociaal leven op te bouwen!” Het is een ziekte, goddamnit.
Maar het mag niet baten, hij flikt het me keer op keer. Nu zelfs bij zijn collega’s.
Ik hoop dat ze hem voortaan met niet al te veel medelijden aankijken als hij ‘s ochtends binnenkomt.




Hey Nina, ik heb het even voor je opgezocht:
Prosopagnosia. Gezichtsherkenning blijkt een apart gedeelte in je hersens te zijn, en bij jou werkt dat dus niet goed terwijl de rest van je hersens het prima doen. Ik heb dat laatste er maar bij gekopieerd, maar daar ben ik in feite niet zeker van.